Leren
De kerndoelen zijn opgesteld door het ministerie van Onderwijs. Ze zijn bedoeld om een indicatie te geven wat je in het dagelijks leven in deze maatschappij nodig hebt om te kunnen functioneren. En dat is waar het op onze school om draait: goed functioneren in het dagelijks leven. De mate waarin de kerndoelen gehaald worden, verschilt niet veel met anderen vormen van onderwijs. De kerndoelen zijn meer gericht op de cognitieve kennis en vaardigheden, die in het dagelijks leven ook daadwerkelijk nodig zijn. Deze doelen worden bij ons ruimschoots gehaald. Kinderen willen deze dingen leren simpelweg omdat je ze nodig hebt.
De zogenaamde overstijgende kerndoelen vormen de basis van basisschool De Vallei. Deze doelen zijn: positief zelfbeeld, sociaal gedrag, planmatig werken, uiteenlopende leerstrategieen gebruiken en goede werkhouding. Daarnaast is er ook aandacht voor de nieuwe media.
De kerndoelen die door de veranderende maatschappij niet meer echt nodig zijn, halen sommige kinderen misschien niet. Maar die heb je dan ook niet echt nodig. De kinderen die deze kerndoelen op een traditionele school wel meekrijgen, vergeten de kennis meestal weer omdat hij niet aangesproken wordt. Kom je ooit te werken in een beroep waar je bepaalde kennis nodig hebt? Dan leer je dat op dat moment alsnog. Omdat deze kennis dan wel aanhaakt bij je interesse, vergeet je dit niet meer.
Bij De Vallei kunnen kinderen uitstromen op hun eigen moment. Voor sommige kinderen is dit als ze 12 jaar zijn. Anderen stromen op jongere leeftijd al uit of juist als ze wat ouder zijn. Kinderen mogen bij ons blijven tot en met het jaar dat ze 14 worden. Het kan voorkomen dat een kind cognitief al klaar is voor het voortgezet onderwijs, maar emotioneel nog niet. Andersom komt ook voor. Als een kind wil uitstromen, kan hij of zij een cito-toets of een NIO-toets maken. Wij bieden hierin individuele begeleiding. Samen met het kind kijken wij welke kennis al aanwezig is, wat nog mist en op welke manier hij of zij dat wil leren. Dit kan bijvoorbeeld door middel van lessen. Door de jaren heen heeft een kind al veel geleerd. Het kind weet waarvoor hij of zij leert en is gemotiveerd om de ontbrekende dingen te gaan leren. Kinderen kunnen er ook voor kiezen om geen toets te maken. Dan motiveren zij hun keuze voor een bepaald soort voortgezet onderwijs op een andere manier.
In het voortgezet onderwijs zijn veel ontwikkelingen gaande om onderwijs anders vorm te geven. Er zijn scholen die werken met vergelijkbare onderwijsconcepten. Kinderen die van onze school komen, kiezen soms voor zo'n soort school. Dit gebeurt echter niet altijd.
Tot nu toe vinden alle uitstromende kinderen van De Vallei een passende plek.

Ieder kind wil leren lezen. Dit is immers een vaardigheid die in deze maatschappij onmisbaar is. Voor rekenen geldt hetzelfde. Je wilt als kind weten hoeveel je moet betalen en of je wel voldoende wisselgeld terugkrijgt. Alleen is het moment waarop het kind deze vaardigheden wil leren en de manier waarop bij elk kind verschillend.
Heeft een kind toch helemaal geen belangstelling voor lezen of rekenen? Dan proberen we erachter te komen wat hier de reden van is. Het zou kunnen dat er ergens een blokkade zit. Daarna kijken we in overleg met het kind en de ouders wat de beste vervolgstappen zijn.
Als een kind een lange tijd achter elkaar hetzelfde doet, zullen we proberen erachter te komen waarom hij of zij steeds hetzelfde doet. Wat is de behoefte van het kind? Dit kan heel gemakkelijk door met de ouders en het kind in gesprek te gaan. Als blijkt dat hij of zij vol plezier met de activiteit bezig is, laten we het zo. Blijkt dat het kind eigenlijk iets anders wil, maar niet weet hoe dat aangepakt moet worden, dan kijken wij hoe we dit kind kunnen ondersteunen.
Het is overigens meestal zo dat kinderen helemaal niet iedere dag hetzelfde willen doen. Integendeel: ze doen juist veel verschillende dingen op een dag. Dan ook nog met een grote intensiteit! Eigenlijk is het wel logisch. Volwassenen willen ook niet graag iedere dag de hele dag hetzelfde doen. Voor kinderen is het niet anders.
De kracht van wat een groep kinderen en volwassenen inbrengt aan informatie en ideeën wordt vaak onderschat. Die invloed is zeer groot! Je moet bij ons op school heel erg je best doen om je eenzijdig te gaan ontwikkelen. Natuurlijk is het wel zo dat sommige kinderen meer heen en weer fladderen van het ene onderwerp naar het andere, terwijl anderen meer verdieping zoeken in één onderwerp. Gelukkig hebben we in de maatschappij zowel allrounders als specialisten nodig. Er is voor iedereen een plek.
Iets wat een leerprobleem genoemd wordt, zien wij in de eerste plaats als een probleem van de omgeving. Niet van het kind zelf. Veel 'leerproblemen' ontstaan door druk van buitenaf. Door een omgeving die niet past bij de behoeftes van het kind, zodat hij of zij niet op een manier kan leren die bij hem past. Men moet passen in een systeem dat door anderen bedacht is en op een vast moment en op een wijze leren die anderen bepaald hebben.
Jarenlange praktijkervaring in het buitenland laat zien dat veel 'leerproblemen' die kinderen in aanleg wel hebben, niet tot uiting komen in een benadering waarin kinderen veel zelf kunnen bepalen.
Wij willen ons vooral richten op wat het kind wèl kan. We willen juist kijken naar de mogelijkheden, zodat het kind vertrouwen in zichzelf en de ander blijft houden.
Mocht een kind vanwege onvermogen niet kunnen lezen of rekenen, dan kunnen we in overleg met het kind kijken welke hulp en ondersteuning hij of zij hierbij kan en wil gebruiken. Dit is in de praktijk overigens nog niet voorgekomen.

Praktijk
Iedere dag verloopt anders. Dit kunnen we niet van tevoren voorspellen. Dit is afhankelijk van wat de kinderen en de volwassenen inbrengen aan ideeën en activiteiten en hoe een dag zich ontvouwt. Als de kinderen 's ochtends binnen komen, gaan ze gelijk aan de gang met hun activiteiten. Ze zoeken hun vriendjes op, wisselen ideeën uit, gaan eerst rustig een boek lezen of beginnen gelijk aan een plan dat ze van tevoren bedacht hebben. Kortom: wat ieder wil. De dag bestaat verder uit een stroom van activiteiten: er wordt aan elkaar voorgelezen, kinderen verkleden zich, zitten samen achter de computer, spelen buiten, schilderen, ze maken sommen uit een rekenboek, rekenen uit hoe groot de zon is als de aarde zo groot is als onze globe, maken muziek op het keyboard, enzovoorts.
Naast de activiteiten die zich spontaan ontvouwen, is er ook een activiteitenprogramma. Elke dag worden er activiteiten en lessen georganiseerd. Denk hierbij aan het voorleesontbijt, kooklessen, de cijfer en letterclub en techniek. De lessen vinden op een vooraf vastgesteld tijdstip plaats. Kinderen kiezen zelf of ze willen meedoen aan een les.
De kinderen kunnen op hun eigen moment eten. De meesten vinden het gezelliger om samen te eten en komen tijdens een gezamelijk lunchmoment bij elkaar zitten. Aan het einde van de dag komen de ouders hun kinderen ophalen. De kinderen ruimen hun spullen op en gaan naar huis.
Ja, er zijn activiteiten en lessen waar een groepje of zelfs de hele school aan kan deelnemen. Daarnaast vieren we gezamelijk algemene feesten en de verjaardagen van kinderen. Eén keer per maand organiseren we een excursie naar een museum. Daarnaast doen kinderen in de loop van de dag heel veel gezamenlijk, in steeds wisselende samenstellingen. Eén keer in de week is er de schoolkring waar dingen besproken en beslist worden.
Als een kind iets wil leren, weten ze vaak al heel precies wat ze willen doen en hoe ze het willen doen. Zo niet, dan kijken we welke materialen en mogelijkheden er zijn. Soms is er geen methode voor nodig en soms zijn methodes hele goede middelen om ergens vaardig in te worden. Sommige methodes zijn handig om een overzicht te hebben of om ideeën op te doen. Denk hierbij aan rekenen en spelling. Het komt regelmatig voor dat kinderen delen uit een methode doen en andere delen weer overslaan om dit op een andere manier of een later tijdstip te leren. Sommige kinderen werken graag met methodes en anderen gebruiken ze nooit. We hebben van alle vakken meerdere methodes in de kast staan, zodat kinderen ook daarin vrij kunnen kiezen wat bij hen past.
Ja, er is een weekprogramma. Kinderen verzinnen zelf welke lessen ze willen volgen of deze worden aangeboden door leerkrachten. Lessen kunnen naar behoefte verdwijnen of ingeroosterd worden. Kinderen zijn vrij om deel te nemen aan de lessen. Er kunnen ook losse lessen gegeven worden naar aanleiding van een specifieke vraag. Er worden dan afspraken met kinderen gemaakt.
Het kan overigens zo zijn dat een begeleider dan de rol van leraar op zich neemt, maar dat kan ook een kind zijn. Of een ouder die toevallig gespecialiseerd is in dat onderwerp. Je bent leraar op het moment dat je een ander mens iets leert.
Er zijn verschillende computerhoeken in de school. Er is een hoek waar je spelletjes mag doen. Hiervoor moet je je intekenen op een lijst. Zo komt iedereen aan de beurt en zit niemand heel lang achter elkaar op de computer. Er is een afspraak dat geweldadige spelletjes niet gespeeld mogen worden. Op het kantoor staan drie computers. Hier mag alleen in stilte aan gewerkt worden om dingen op te zoeken of documenten te maken. Op deze computers mogen geen spellen gespeeld worden. Soms worden er ook lessen gegeven achter de computer. In de studieruimte staan computers speciaal voor dit doel. Er zijn cd-roms aanwezig die ondersteunend zijn voor het leren lezen, rekenen en schrijven.
Kinderen zitten bijna nooit alleen achter de computer. Ze helpen elkaar en leren van elkaar. Het is een sociaal gebeuren. Sommige kinderen hebben geen interesse in de computer, anderen juist heel veel. Een aantal kinderen kan dagenlang achter de computer zitten.
De kinderen die vaak achter de computer zitten, verliezen op een gegeven moment hun interesse: ze zijn voldaan. Ze zien dat er buiten de computer nog veel meer dingen te beleven zijn die ook heel interessant zijn.
Als er problemen ontstaan met betrekking tot geweldadige spelletjes of erotische sites op internet, of als kinderen zich echt dreigen te verliezen in de computer, zullen we daar met elkaar over praten en afspraken maken.
Ja, wij hebben een digitaal leerlingvolgsysteem ontwikkeld. In dit systeem houden we door middel van observaties bij hoe kinderen zich ontwikkelen. Wij maken elke dag foto's van de bezigheden van de kinderen of van dingen die ze gemaakt hebben. Daarnaast schrijven we stukken over elk kind. Hierin staat wat wij gezien hebben van hem of haar. Dit kan een nieuwe vaardigheid zijn, een verslag van een gesprekje met het kind of gewoon een leuke anekdote. Kinderen kunnen, als ze dat leuk vinden, ook zelf hun eigen ontwikkeling bijhouden in het leerlingvolgsysteem.
We krijgen informatie over de kinderen doordat we gedurende de dag veel contact met de kinderen hebben. Daarnaast gaan we met de kinderen in gesprek en praten veel met elkaar en met de ouders. Dit laatste vooral als de kinderen gehaald en gebracht worden of in de oudergesprekken. We willen samen het kind beter proberen te begrijpen en te begeleiden.
De kinderen krijgen de mogelijkheid om gebruik te maken van toetsen. Kinderen hebben over het algemeen geen toetsen nodig om te kijken of ze iets beheersen. Dit weten ze zelf al. Toch kan het leuk zijn om een toets te maken. Zo kan je zien wat je al kunt. De Cito-toets is bij ons niet verplicht. Wel geven we de mogelijkheid aan om hem te maken. De meeste kinderen die in de leeftijd zijn om naar het voortgezet onderwijs te gaan, willen hem wel maken.
Een leerkracht is iemand die een ander iets leert. Dit kan dus ook een kind of een ouder zijn. De leerkrachten op De Vallei zijn er in de eerste plaats om te zorgen dat school een veilige plek is en blijft voor elk kind. Veiligheid is de eerste voorwaarde om je te kunnen ontwikkelen. Daarvoor moeten zij in de eerste plaats goed kunnen luisteren, zowel naar de kinderen als naar zichzelf. Hiervoor is een open houding nodig en het kijken naar mogelijkheden en niet naar beperkingen. Daarbij moet je de keuze bij de ander kunnen laten. Zonder dat je het gevoel krijgt dat jouw eigenwaarde aangetast wordt als iemand jouw suggestie of oplossing niet aanneemt en gebruikt. Het moeilijke voor een begeleider is dat je moet kunnen accepteren dat kinderen dingen ook zonder jou leren. Ze hebben jou misschien daarvoor wel helemaal niet nodig.
Het is voor een leerkracht ook van belang om vakkennis te hebben. Hoewel het wellicht leuker is om samen te ‘ontdekken’ hoe bepaalde dingen nu in elkaar zitten. De vakkennis van de volwassene is voor kinderen zeker niet de enige factor om iemand uit te kiezen als onderwijzer. De persoonlijkheid en de intentie van de persoon weegt minstens evenzwaar mee. Met andere woorden: het gaat om de relatie die je hebt met elk kind. Is de relatie niet goed, dan kiest het kind niet voor die persoon. Hoe goed hij of zij het vak ook verstaat. In deze benadering krijg je hierover dus heel duidelijke feedback van de kinderen. Dat kan confronterend zijn. Als leerkracht moet je naar jezelf willen en durven kijken.
Een leerkracht op onze school staat nooit alleen. Met het hele team zorgen we voor alle kinderen.

Algemeen
De behoefte aan grenzen en structuur komt voort uit de behoefte aan overzicht, veiligheid en duidelijkheid. De structuur is het middel, niet het doel. Een opgelegde structuur kan botsen met de individuele behoefte van een kind, of zo star zijn dat de structuur boven de mens gesteld wordt. Wij hebben op school een aantal basisregels: je beschadigt geen spullen, je doet elkaar geen pijn, aan het eind van de dag ruimen we met elkaar op zodat je volgende dag weer in een opgeruimde school aan de slag kunt en er is een afbakening van het terrein in verband met de veiligheid. De regels worden met elkaar gemaakt, bijgesteld en weer geschrapt. De structuur kan daardoor meegroeien met de veranderingen in de groep. Dankzij deze aanpak is veel structuur ontstaan. Zelfs de jongste kinderen weten hoe het werkt.
Duidelijkheid wordt ook geboden door de persoonlijke grenzen duidelijk aan te geven. In deze benadering wordt je gedwongen om goed naar jezelf te kijken en dit te verwoorden. Wat wil je wel en wat wil je niet? Dit geldt voor iedereen. Het is de taak van de leerkrachten om actief te luisteren naar de kinderen en hen te ondersteunen in het aangeven van de eigen grenzen en het luisteren naar anderen. Zie hiervoor ook ‘Luisteren naar Kinderen’ van Thomas Gordon.
Juist in de benadering van Natuurlijk Leren is er ruimte en tijd om naar elkaar te luisteren en om problemen met elkaar op te lossen. Je zit niet vast aan een lesrooster. Als er een conflict is, is dit op dat moment het meest belangrijk om aandacht aan te besteden. Juist door deze ruimte leren kinderen naar zichzelf en naar de ander te luisteren. Het tegendeel is dus waar: deze benadering levert kinderen op die rekening houden met de ander, zonder zichzelf te vergeten.
Waarden zijn de zaken die voor jou belangrijk zijn. Normen zijn de regels die hieruit voortkomen. Waarden zijn dynamisch, ze veranderen als de maatschappij verandert. Je ontwikkelt ze vanuit jezelf door voorbeelden die je ziet in je omgeving. De kinderen nemen ons voorbeeld over. "Je onderwijst wat je bent, niet wat je zegt", zei Freinet. Willen wij dat de kinderen open en eerlijk zijn, naar elkaar luisteren, samenwerken en respect hebben voor anderen? Dan moeten wij in de eerste plaats zelf zorgen dat wij open en eerlijk zijn, naar elkaar en de kinderen luisteren, samenwerken en respect hebben voor anderen.
Daarnaast kun je alleen geven als je zelf genoeg hebt: je kunt naar de ander luisteren als er ook naar jou geluisterd wordt, je kunt de ander ruimte geven als je zelf genoeg ruimte hebt. Je kunt het accepteren dat een ander anders denkt als jou denkwijze ook geaccepteerd wordt. Als er gebrek aan ruimte en acceptatie is, ontstaat er spanning en strijd. Het is dus aan ons om naar de kinderen te luisteren, ze ruimte te geven en te accepteren dat ze zijn zoals ze zijn.
Waarden kun je niet opleggen aan anderen. Je kunt niet iemand dwingen iets goed of slecht te vinden. Je kunt mensen wel dwingen om zich aan de regels (normen) te houden. Wanneer mensen goede waarden ontwikkelen, ontstaan de regels (of liever afspraken) vanzelf en hoef je niemand te dwingen iets te doen of te laten. Als mensen gedwongen worden om zich aan normen te houden, die niet aansluiten bij hun waarden, gaan ze in het verzet. Afspraken en regels die echter voortkomen uit je eigen waarden worden gedragen. Er is geen verzet meer tegen die afspraken omdat er innerlijke overeenstemming is.
In de Nederlandse taal heeft het woord 'moeten' twee betekenissen: moeten als iets wat is opgelegd en moeten als consequentie van iets. Kinderen moeten dingen bij ons op school als consequentie van iets waar ze voor gekozen hebben. Als je gekookt hebt, moet je ook de keuken opruimen. Dit al dan niet samen met een leerkracht. Deze afspraak maken we met elkaar. Als je naar de universiteit wilt, moet je een diploma halen. Er zit een te begrijpen logica achter dit 'moeten'. Het gaat om grenzen die we aangeven en om afspraken die met elkaar gemaakt zijn. Als je niets wil, ben je volledig vrij en moet je niets. Zodra je verlangens krijgt en die wil vervullen moet je verbindingen aangaan en afstemming zoeken met je omgeving. Dit gebeurt bij basisschool De Vallei voortdurend. In die zin ‘moeten’ er elke dag dingen bij ons op school.
Kinderen moeten bij ons niet iets omdat het van bovenaf wordt opgelegd, zonder dat ze daar invloed op zouden kunnen hebben. Niemand vindt het fijn om ingeperkt te worden door iets waar je zelf geen invloed op hebt. Later in de maatschappij kunnen er dingen zijn die je gewoon moet doen. Hoewel het ook daar in de meeste gevallen gaat om de consequentie van een keuze die je maakt. We denken niet dat het helpt om kinderen dan nu al dingen te laten moeten, zodat ze er later ook mee om kunnen gaan. Integendeel, daarmee leren we kinderen dat er geen mogelijkheden zijn en ontwikkelen ze een houding van slachtoffer zijn van de situatie! We willen niet kijken naar de beperkingen van het moeten, maar naar de mogelijkheden die je wèl hebt.
Kinderen hebben altijd zin in hun eigen ontwikkeling. Bij ons hebben kinderen de vrijheid om hun eigen activiteiten te bepalen. Je gaat die activiteiten doen die jou het meeste opleveren, datgene waarmee je jezelf ontwikkelt.
We zien telkens weer met welke intensiteit kinderen zichzelf verder willen ontwikkelen. De een leert de steile trap op te lopen, een ander speelt voortdurend spelletjes om te leren tegen zijn verlies te kunnen, de volgende leert met boosheid of met zijn bazigheid om te gaan, en weer een ander krijgt op zijn manier het rekenen onder de knie. Kinderen stellen hun eigen uitdagingen en hebben er plezier in telkens een stap verder te komen. Discipline en doorzettingsvermogen zijn er vanzelf als het doel uit henzelf voortkomt.
Deze vorm is geschikt voor ieder kind met ouders die achter onze opvatting van leren staan. Dit geldt voor iedere vorm van onderwijs. De basisprincipes van onze school gelden voor iedereen: je geaccepteerd en gewaardeerd voelen, invloed hebben op je eigen situatie, duidelijkheid en mogelijkheden hebben om te groeien. Als ouders niet achter de visie staan, krijgt het kind twee verschillende boodschappen mee. De ervaring leert dat een kind dan niet volledig tot ontplooiing kan komen en het beter is om voor een andere school te kiezen.
Als je je kind naar een school voor Natuurlijk Leren stuurt, loop je de kans dat je kind zich zal ontwikkelen op een manier die jij niet in je hoofd had. Wil je een kind dat zijn eigen weg volgt, gelukkig is en zelfvertrouwen ontwikkelt? Dan is deze school een goede optie. Heb je geen vertrouwen in het zelflerend vermogen van je kind en wil je liever dat hij of zij een zoveel mogelijk ‘schools’aanbod krijgt? Dan is De Vallei geen goede optie. Elk kind is uniek en leert op zijn of haar eigen manier. Als ouder probeer je een keuze te maken die het beste aansluit bij je eigen leefwijze en bij je kind. Welke school je ook kiest, er is altijd een risico dat je kind er toch niet goed op zijn plek zit.
Als je vindt dat een kind een zo hoog mogelijke opleiding moet hebben en hij of zij haalt er niet uit wat erin zit, dan kun je concluderen dat het ‘fout’ is gegaan. Maakt een kind echter een bewuste keuze om een opleiding te voltooien die lager is dan hij of zij had gekund? Als het kind hier gelukkig mee is, kan je moeilijk zeggen dat er iets is fout gegaan. Je kunt misschien wel zeggen dat er iets is ’fout’ gegaan als kinderen later in hun leven spijt krijgen van hun studiekeuze. Ze hadden, achteraf gezien, hun tijd beter kunnen besteden. Op onze school worden de kinderen de hele dag 'uitgedaagd' om te verzinnen wat ze nou echt zelf willen doen. Dat is niet altijd makkelijk en soms vervelen ze zich tot ze ontdekken wat hen inspireert. De kans dat ze dan nog iets doen waar ze later spijt van krijgen, is kleiner dan wanneer ze nooit hebben leren kiezen omdat er altijd voor hen gekozen werd.
Een ex-student van de Sudbury Valley School verwoordde het zo: “Je kunt je kind naar een gewone school sturen. Eigenlijk zeg je dan: 'Vanaf nu beslis je niet meer zelf, maar bepalen anderen wat goed voor jou is.' Het is helemaal niet gezegd dat dit niet zou werken, je neemt echter een groot risico. Je moet als kind wel nèt die mensen tegen komen die je begrijpen en die de juiste beslissingen voor jou nemen. Als ouders neem je een minder groot risico door je kind naar een Sudbury Valley School te sturen. Het is een veel natuurlijkere omgeving waarin de kans dat een kind zich ontwikkelt tot een zelfstandige volwassene veel groter is!"

De Vallei
Momenteel vinden er in onderwijsland veel vernieuwingen plaats. Veel scholen en schoolbegeleidingsdiensten zoeken naar andere manieren om het onderwijs in te richten. Zij vinden dat het traditionele onderwijs niet meer bij deze tijd past. Zo zijn er onder andere ‘Natuurlijk Leren’ en ‘Paradigma B onderwijs’ van het APS, ‘Slash 21’ van het KPC, Het Ervaringsgericht Onderwijs, Adaptief Onderwijs, Competentiegericht leren, het NIVOZ en Iederwijs. Al deze vernieuwingen richten zich in meer of mindere mate op het geven van meer verantwoordelijkheid over het eigen leerproces aan de leerling. Het zijn allemaal vormen van meer vraaggestuurd onderwijs in plaats van aanbodgestuurd onderwijs. Wij zijn als school één van de vernieuwingsscholen. We noemen het Natuurlijk Leren. Ook in het buitenland zijn er veel vernieuwingsscholen die vraaggestuurd werken en zich al jarenlang bewijzen als goede onderwijsinstellingen. Zo zijn er: de Sudbury Valley School in Amerika ('Free at last'), de Pestalozzi school in Equador ('In vrijheid leren'), Reggio Emilia in Italië ('100 talen van kinderen') en de Summerhill school in Engeland.
Het belangrijkste verschil met andere vormen van onderwijs is dat in veel van deze schoolvormen het onderwijs een doel heeft dat verderop ligt. Het kind moet: sociaal vaardig worden, zelfstandig worden, voor zichzelf leren opkomen en die bepaalde kennis leren.
Op basisschool De Vallei mogen kinderen al zijn wie ze zijn, voelen wat ze voelen, en denken wat ze denken, zonder dat hier een waardeoordeel aan vast zit. Ook wordt het niet gekoppeld aan een leerdoel dat volwassenen bedacht hebben. Zo creëren wij een veilige omgeving waar niet aan kinderen getrokken wordt, of waar dubbele agenda's zijn. 'Je bent zo al goed' èn je ontwikkelt jezelf verder in een richting die bij jou past! Want wij gaan er vanuit dat elk mens altijd zin heeft in zijn eigen ontwikkeling en dat je altijd bezig bent met leren.
Dit verschil zorgt ervoor dat wij, in tegenstelling tot veel scholen, niet aanbodgericht maar juist vraaggestuurd onderwijs geven.
Nee, bij anti-autoritaire opvoeding zijn de kinderen de baas. Bij ons zijn we dat met elkaar. Je kunt bij ons leren wat je belangrijk vindt. Dat betekent niet dat je maar kunt doen wat je wilt. Vrijheid op onze school is beslist geen grenzeloosheid. Er is veel structuur en er zijn veel afspraken die we met elkaar maken. School moet een plek zijn waar het voor iedereen fijn is. Dit betekent dat je rekening met elkaar houdt. Stuit je op een bezwaar van een ander? Dan kijk je of je een oplossing kunt vinden waarbij je beiden kunt doen wat je wilt. Er worden met elkaar regels en afspraken gemaakt.
Volgens onze ervaring heb je, onafhankelijk van de grootte van de groep, per dag minimaal drie begeleiders nodig. Het blijkt dat met drie personen werken erg prettig is: je kunt makkelijk met elkaar communiceren en makkelijk met een kind mee de stad in. Je hebt zelf ook vrijheid en niet de verplichting om met iedere vraag iets te doen. Dit draagt bij aan een ontspannen sfeer. Op dit moment werken we met een team van vier leerkrachten en een LIO-stagiaire. Er zijn meestal drie tot vijf volwassenen per dag aanwezig.
De ervaring van soortgelijke scholen in het buitenland is dat hoe groter de groep kinderen is, hoe meer de kinderen met elkaar doen. Kinderen leren het meest van elkaar. Het aantal kinderen per begeleider kan daarom groeien.
Verschillende begeleiders in een week zorgt voor een aanbod dat iedere dag anders is. Iedere leerkacht neemt zijn eigen interesses, kennis en ervaring mee. De één weet veel van muziek, de ander is creatief, de volgende weet veel van computers, of heeft veel algemene kennis. Iedere dag heeft zo zijn eigen mogelijkheden.
We zijn een gewone basisschool en zullen groeien tot zo'n 200 kinderen.

School & maatschappij
De situatie binnen de school heeft juist veel overeenkomsten met het dagelijks leven in de maatschappij: een groep van verschillende mensen van verschillende leeftijden en met verschillende interesses. In de maatschappij mag je ook zelf weten wat je wilt doen. Maar er zijn wel consequenties verbonden aan de keuzes die je maakt.
De school staat niet buiten de maatschappij, maar is er onderdeel van. Wij halen de maatschappij niet alleen binnen de school, maar hebben ook meer mogelijkheden om de maatschappij in te gaan. Onze school is juist een plek waar kinderen ondersteuning krijgen door samen die maatschappij te ontdekken.
De maatschappij is ook iets wat wij met elkaar zelf maken. Wij denken dat, door op een respectvolle manier met elkaar om te gaan, we de maatschappij een stukje respectvoller kunnen maken.
In Nederland nog niet. De Sudbury Valley school en Summerhill bestaan echter al langere tijd en hebben onderzoek gedaan naar wat er van de jongeren terecht is gekomen die na hun achttiende hun leven in de maatschappij zijn begonnen. Veel zijn gaan studeren op hogere scholen en universiteiten. Als ze zich daar aanmelden, blijkt dat ze met open armen ontvangen worden. Het blijkt voordelig te zijn om van een dergelijke school te komen. Deze jongeren weten waar ze voor kiezen, zijn verantwoordelijk en zeer gemotiveerd. Anderen zijn direct aan het werk gegaan. Zij zijn terechtgekomen in allerlei soorten beroepen. Denk hierbij aan managers, automonteurs, musici, kunstenaars, handelaars, ingenieurs en ontwerpers. Niemand heeft ongeschoold werk. Er worden in vergelijking met afgestudeerden van andere scholen relatief meer eigen bedrijfjes opgezet. Dezelfde ervaringen gelden voor de ex-leerlingen van de Pestalozzi-school in Ecuador.
De overgang naar de maatschappij buiten de school werd niet als probleem ervaren:
"De anderen van andere scholen hadden heel veel uit het hoofd geleerd, maar ik heb geleerd de ondernemer van mijn eigen leven te zijn."
De overgang van een school waar je kon doen wat je wilde, naar het werk met zijn regels en eisen bleek ook geen probleem: "Mijn vrijheidsgevoel is zo sterk dat ik het ervaar als een inwendige ruimte waarin ik vrij ben - ook als ik op mijn werk onder grote druk sta, of te maken heb met een onaangename baas. En verder kan ik het goed vinden met mijn collega's. Ik vind het niet moeilijk grenzen te stellen zonder anderen te beledigen. Overal waar ik ervaringen wil opdoen, ben ik in korte tijd de beste werknemer. Dit komt omdat ik alles wat op mijn weg komt zo goed mogelijk wil doen. Dat ben ik aan mijzelf verplicht en dat doet geen afbreuk aan mijn levenslust."
Mensen die deze scholen doorlopen weten wat ze willen, maken een duidelijke keus, staan meer open, en hebben meer zelfvertrouwen.
Het blijkt in de praktijk overduidelijk dat een dergelijke vorm van onderwijs geen negatieve invloed heeft op de mogelijkheden die je in de maatschappij hebt. Tegelijkertijd kunnen deze kinderen wel genieten van een kindertijd van vrijheid, respect en vertrouwen.










