Er bestaan verschillende leerpsychologische stromingen. Bijvoorbeeld het behaviorisme of het sociaal constructivisme. Deze stromingen staan voor bepaalde ideeën over leren. Dit vormt de basis van onze pedagogiek. Voor uitleg over wat deze stromingen precies betekenen, verwijzen wij u naar onze website over de wetenschappelijke achtergrond van ons onderwijsconcept: .Op onze school baseren we ons op het sociaal constructivisme en zijn daarmee een school voor Natuurlijk Leren. Vanuit deze denkkaders stellen we ons beleid op en scheppen een sfeer waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit ‘leermilieu’ ziet er niet hetzelfde uit als bij scholen die werken vanuit een ander denkkader. Om u een beeld te geven van onze werkwijze vanuit ons denkkader, hebben we de pedagogische uitgangspunten op een rij gezet.
Veiligheid
Een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen leren is: je veilig voelen. Alleen als je jezelf veilig voelt, kun je ook optimaal ontwikkelen. Je veilig voelen is daarom één van de belangrijkste uitgangspunten van basisschool De Vallei. De door onderzoek aangetoonde behoefteniveaus van Maslow laten duidelijk zien hoe wij aankijken tegen veiligheid.Volgens de Piramide van Maslow kun je pas toekomen aan zelfverwezenlijking als voldaan is aan een aantal voorwaarden. Voor ‘De Vallei’ vallen eigenlijk al deze voorwaarden onder ‘je veilig voelen’.
Ten eerste moet er voldaan zijn aan fysiologische behoeften zoals eten, drinken en kleding. Dit zal in ons land en op onze school waarschijnlijk geen problemen opleveren.
De tweede behoefte is veiligheid. Maslow verstaat daaronder bescherming, zekerheid en stabiliteit. Wat daarvoor op school nodig is, is een bepaalde structuur. Deze structuur wordt door de kinderen samen met de begeleiders vormgegeven. Zo werken we met vaste begeleiders die de kinderen kennen. Het team van begeleiders is goed op elkaar ingespeeld. Er wordt op een geweldloze manier met elkaar en de kinderen gecommuniceerd. Daardoor vormen ze een constante en betrouwbare factor in het leven van de kinderen. Op de school hebben de begeleiders wekelijks overleg met elkaar over de gang van zaken. Zo nodig worden ze hierbij ondersteund door een procesbegeleider.
Ruzies tussen kinderen en pesten kunnen ervoor zorgen dat er niet aan de behoefte van veiligheid voldaan kan worden. Op onze school wordt uitgebreid aandacht besteed aan het vormen van een stabiele groep en het voorkomen van pesten. De ervaring leert dat in een vertrouwde en stabiele groep ruzies constructief worden opgelost en kinderen elkaar aanspreken op pestgedrag. De kinderen dragen samen met de begeleiders de verantwoordelijkheid om hier vorm aan te geven. Dit gebeurd in de schoolvergadering. Ze maken samen afspraken en regels waardoor er regelmaat en veilige grenzen ontstaan en er respect voor elkaar is. Kinderen die een bedreiging vormen voor de veiligheid in de groep en daar niet op kunnen worden aangesproken, worden in het uiterste geval niet op de school toegelaten.
De derde en vierde behoefte van Maslow vallen in onze visie ook nog bij het aspect ‘je veilig voelen’. De derde behoefte is de behoefte aan saamhorigheid en liefde. Veel mensen voelen zich veilig bij andere mensen die ze vertrouwen. Je kunt je veilig voelen binnen een groep als je weet dat die groep mensen jou kent en accepteert. Je mag erbij horen en meedoen. Je wordt niet belachelijk gemaakt en weet dat deze mensen menen wat ze zeggen en zeggen wat ze denken. Je kunt zelf ook veilig dingen zeggen die je kwijt wilt, zonder angst dat je daarna geweigerd wordt binnen deze groep. Dit kan een clubje vrienden zijn of je gezin maar ook de mensen op school. Een vertrouwde en stabiele groep op school kan voor een gevoel van veiligheid zorgen. Geweldloos communiceren, volgens de Gordon methode, is een manier om dit te bereiken.
De vierde behoefte is de behoefte aan achting, waardering en respect. Je voelt je gewaardeerd en gerespecteerd als je serieus genomen wordt en men naar je luistert. Het ‘actief luisteren’ volgens Thomas Gordon is ook voor dit aspect van wezenlijk belang. Bij De Vallei krijg je als kind de ruimte om je omgeving samen met anderen vorm te geven. Jouw stem telt mee. Je wordt gehoord en mag er zijn. Begeleiders en kinderen geven de school samen vorm op basis van een gelijkwaardige relatie in de schoolvergadering. Zo kunnen alle kinderen voelen dat ze gewaardeerd en gerespecteerd worden.
‘Je veilig voelen’ gaat over veiligheid maar ook over je gevoel. Op onze school willen we kinderen de ruimte geven om te voelen en dat gevoel te uiten. Alleen als je jouw gevoel op een veilige manier kunt uiten, kun je wezenlijk in balans komen met jezelf. Om kinderen toe te staan hun gevoel te uiten, laten wij ons inspireren door de boeken van Aletha Solter ‘Baby’s weten wat ze willen’ en ‘Taal van huilen’. Ook het boek van Riet Okken: ‘De bevrijdende kracht van emoties’, is een inspiratiebron.
Als al deze behoeften zijn vervuld, komt een kind toe aan optimale zelfontplooiing. Dit is de vijfde behoefte van Maslow. Omdat het hier gaat om een behoefte, is de drang tot leren dus niet te stoppen. Het is dus niet meer nodig om te sturen of te dwingen tot leren. Wij vertrouwen op deze behoefte aan zelfontplooiing en op het vermogen van een kind om hieraan vorm te geven.
Vertrouwen hebben in het eigen vermogen van kinderen
Zichzelf ontplooien is iets wat elk wezen van nature kan en ook doet. Mensen zijn van nature nieuwsgierig en kinderen leren vanzelf alles wat ze nu en later nodig hebben in de maatschappij. Voorwaarde is wel dat er voldaan is aan de voorwaarde van veiligheid. Kinderen in de prehistorie ontwikkelden zich zodanig dat ze leerden jagen en verzamelen. Kinderen in de Middeleeuwen leerden een ambacht. In deze maatschappij leren kinderen omgaan met informatie, lezen en rekenen. Kinderen, en eigenlijk alle levende wezens, lijken gebouwd om precies datgene te leren wat ze nodig hebben in hun leven. Daar is geen druk van buitenaf voor nodig. Kinderen leren echter niet zonder hulp, maar wel zelf en op hun eigen manier (zie ook ‘Zin in leren’ van Prof Luc Stevens).Bij De Vallei vertrouwen wij op dat vermogen van kinderen. Door kinderen het vertrouwen te geven dat ze het zelf kunnen, gaan kinderen ook vertrouwen op zichzelf en ontwikkelen daarmee hun zelfvertrouwen. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun leven en hebben zelf het vermogen om het op hun manier vorm te geven. Vertrouwen hebben in het vermogen van kinderen om zichzelf te ontwikkelen, betekent niet alleen vertrouwen dat het kind zich de praktische en cognitieve vaardigheden eigen maakt. Dit betekent ook dat een kind zelf het vermogen heeft om zijn emotionele problemen op te lossen. Van de begeleiders in de school én ouders wordt verwacht dat zij vertrouwen op het vermogen van de kinderen en hun eigen oordelen en verwachtingen zoveel mogelijk leren loslaten.
Kinderen worden wél geholpen met het ontwikkelen van zowel cognitieve, praktische als emotionele vaardigheden. Zij geven dan zelf aan dit te willen. Een ouder kind zal dit aangeven door iets letterlijk te vragen, terwijl een jonger kind dit kan aangeven door bijvoorbeeld te huilen of gefrustreerd te reageren. Van begeleiders wordt dan ook verwacht dat ze de kinderen goed observeren en aanvoelen of een kind om hulp ‘vraagt’ en hier vervolgens op te reageren. Door het ‘actief luisteren’ van Thomas Gordon, worden de kinderen geholpen hun eigen oplossingen te vinden. (zie ook Maria Montessori: ‘Help mij het zelf te doen’)
Vrijheid kan alleen bestaan als alle mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun acties
“Meer nog dan om vrijheid van keuze (liberty) gaat het voor de leerlingen om vrijheid van dwang (freedom)” – Prof. Luc Stevens Bij De Vallei ben je vrij. Vrij om je eigen leven vorm te geven. Vrij om datgene te doen wat je zelf belangrijk vindt in je eigen tijd, tempo en op je eigen manier. Deze vrijheid is beslist géén grenzeloosheid. In een omgeving zonder grenzen voelen kinderen zich niet veilig. Niemand voelt zich verantwoordelijk en er kan chaos ontstaan. Binnen de gemeenschap van de school ben je verbonden met elkaar. Hier kan vrijheid voor iedereen alleen bestaan als er rekening gehouden wordt met de vrijheid van anderen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er afspraken zijn en grenzen die bewaakt worden.Afspraken worden door kinderen en begeleiders samen gemaakt in de schoolvergadering. Zo zijn kinderen zelf verantwoordelijk voor hun eigen leefklimaat binnen de school. Ook de consequenties bij het overtreden van regels worden door de kinderen en begeleiders samen bedacht. Dankzij de eigen verantwoordelijkheid voelen kinderen zich ook meer verbonden met de regels en worden zij breed gedragen. Kinderen hebben meer de neiging om zich dan ook aan de regels te houden en elkaar daarop aan te spreken, dan wanneer die regels worden opgelegd. Vrijheid is er dus met verantwoordelijkheid voor jezelf en voor elkaar. ‘Moeten’ is niet een beperking van je vrijheid die van bovenaf wordt opgelegd, maar een consequentie van een keuze die je zelf maakt.
Ondanks de met elkaar gemaakte afspraken, gaan kinderen ook op zoek naar grenzen. Door dit zoeken naar je eigen grenzen en de grenzen van anderen, ontstaan er soms conflicten. Door deze conflicten ook weer op te lossen, leer je wie je zelf bent en hoe je rekening kunt houden met anderen. Je leert conflicten op een geweldloze en respectvolle manier op te lossen. Op deze manier kan elk kind optimaal van zijn vrijheid genieten mét veilige grenzen.
Verschillen tussen mensen zijn een verrijking voor de omgeving
Elk mens is anders. Elk individu heeft een eigen pakket aan waarden, vaardigheden, kennis, interesses en ervaringen. Iedereen in de school brengt zijn eigen pakket mee als ‘aanbod’ voor anderen om van te leren. Hoe verschillender mensen zijn, hoe rijker de omgeving wordt. Zo creëer je samen een lerende gemeenschap waarin je elkaar inspireert. Een leerkrachtige omgeving stimuleert de individuele ontplooiing van de kinderen. Wij willen de verschillen tussen mensen graag optimaal tot uiting laten komen. We gaan uit van de talenten van kinderen. Deze houding stimuleert het zelfvertrouwen van kinderen.In de school is iedereen welkom. Ongeacht welke geloofs- of levensovertuiging je hebt. Elk individu mag zelf kiezen waar hij zich mee wil bezighouden en hoe hij de dingen wil aanpakken. De één is niet beter of slechter dan de ander. Je mag er helemaal zijn zoals je bent. Zo krijgen kinderen optimaal de mogelijkheid om werkelijk vanuit zichzelf vorm te geven aan hun leven en aan hun verlangens. In de school willen we vooral genieten van elkaars verschillen.
Het vormgeven aan je verlangens. Leren ondernemer te zijn van je eigen leven
Als je jezelf compleet veilig voelt, kun je jezelf optimaal ontwikkelen. Vertrouwen de school en je ouders volledig op jouw vermogen om je zelf te ontwikkelen, voelt je je vrij om je eigen weg te volgen én wordt je geïnspireerd door een rijke omgeving? Dan zijn alle voorwaarden aanwezig om vorm te geven aan je verlangens.Kinderen bij De Vallei hebben de mogelijkheid om te experimenteren met wat hun hart hen ingeeft. Zo leren zij wat ze belangrijk vinden in hun leven en hoe ze dat kunnen bereiken. Verlangens geven dé betekenis. Zij vormen daarmee de emotionele ingang voor het leerproces (zie ‘Koop een auto op de sloop’ van Alex van Emst).In de school gaan we er vanuit dat elk kind alles tot zijn beschikking heeft om vorm te geven aan zijn verlangens (wensen). Niet alles is echter zomaar aanwezig en vaak zal er moeite voor gedaan moeten worden om iets te verwezenlijken. Is er de wens voor een duur uitje of speelgoed? Dan hebben de kinderen de mogelijkheid om daarvoor geld te reserveren van het budget. Er moet dan wel toestemming gevraagd worden binnen de schoolvergadering. Kinderen kunnen ook geld verdienen door bijvoorbeeld een rommelmarkt of sponsorloop te organiseren. Is er de wens om meer te weten te komen over fotografie en er is niemand in de school die daar iets van weet? Dan zal er actief naar informatie gezocht moeten worden op het internet. Het is ook mogelijk om hulp te vragen aan een professionele fotograaf. Als er de wens is om dokter te worden, zullen er bepaalde vaardigheden geleerd moeten worden en zullen er diploma’s gehaald moeten worden. Kinderen geven soms alleen vorm aan hun verlangen, maar meestal doen zij dat samen met anderen. Als je een verlangen hebt dat je niet alleen kan verwezenlijken, zul je actief om hulp moeten vragen. Uiteindelijk kan je verlangen dan werkelijkheid worden.
Verder in je ontwikkeling door vragen stellen
Vragen komen voort uit een verlangen om de wereld te begrijpen. Kleine kinderen vragen de hele dag naar hoe hun leefwereld in elkaar zit. Ze zijn één en al verwondering. Als een kind de kans krijgt om zelf vragen te stellen, voordat het ongevraagd met de antwoorden geconfronteerd wordt, blijven kinderen zich hun leven lang verwonderen over de wereld.Op het moment dat een vraag vanuit het kind komt, is het kind ook zeer gemotiveerd om het antwoord te horen of zelf te vinden. Achter elk gevonden antwoord, zit alweer een nieuwe vraag. Het kind zal in kortere tijd dingen leren dan wanneer het antwoord ongevraagd geleerd moet worden. Vragen stellen geeft richting aan het denkproces en helpt een kind om zijn persoonlijkheid vorm te geven.Vragen om hulp. Geen kind zal zijn ontwikkelingsproces alleen doorbrengen. Elk kind, maar ook elke volwassene, heeft een leraar nodig die hem op weg helpt. De leraar kan een leerkracht op school zijn, een ander kind of een ouder. (Zoals Leonardo da Vinci zei: “Ik ben nog nooit iemand tegengekomen waar ik niks van kon leren”.) Iedereen weet en kan wel iets. Als je de kennis of vaardigheid van een ander nodig hebt om vorm te geven aan jouw verlangen, dan vraag je die ander om hulp. Anderen zullen weer vragen stellen aan jou. Zo kun je anderen weer met hun vragen verder helpen. De begeleiders op de school zullen niet op elke vraag een antwoord weten, maar kunnen wel helpen om samen naar de antwoorden te zoeken.
Verder dóórvragen is een onderdeel van het ‘actief luisteren’ van Thomas Gordon. Soms weet je het antwoord op je eigen vraag zelf al. Dan kunnen andere mensen jou helpen het antwoord te zoeken door verder door te vragen. Verder doorvragen kan ook helpen om de vraag achter de vraag te zoeken en daardoor steeds dichterbij datgene dat je werkelijk beweegt te komen.
In de school zullen we ook ons zelf vragen blijven stellen. Zijn we nog wel op de goede weg? Dit geven we vorm door onder andere sociocratisch te vergaderen. We houden er rekening mee dat de minderheid misschien wel gelijk kan hebben. Door ruimte te scheppen voor iedere stem, benutten we optimaal de mogelijkheden om de school te verbeteren. (zie ook de ‘Lerende organisatie’)









